De WHOE in de media

 

 

Stentor

stentor1101.jpg

 

 

Stadsblad Apeldoorn mei 2014

 

stadsblad 50e.jpg

 

 

 

Stentor 30 september 2013
Barbecue voor vrijwilligers Kofferbakverkoop

 

AfbeeldingFotograaf: WHOE


Tientallen vrijwilligers van de Werkgroep Hulptransport Oost Europa (WHOE) hebben zaterdag in Beekbergen genoten van een barbecue. Deze werd aangeboden door restaurant het Jachthuis aan de Lage Bergweg.

WHOE is in Apeldoorn vooral bekend van de organisatie van de kofferbakverkopen langs het Kanaal. Met het geld worden de hulptransporten mogelijk gemaakt.

,,Omdat wij het geweldig vinden wat zij allemaal doen voor de medemens in Oost-Europa'', verklaren restaurant-eigenaars Wil en Angela Boone hun geste. ,,Maar ook omdat we elk jaar een keer een zaterdag op de kofferbakverkoop staan en dan weer versteld staan van wat die vrijwilligers allemaal presteren, geweldig. Je kunt natuurlijk geld geven als sponsoring, maar het leek ons veel leuker om al die hardwerkende vrijwilligers eens in het zonnetje te zetten en bij ons in het restaurant lekker te laten eten.''

,,Zo'n aanbod is natuurlijk een geweldige verrassing voor ons en die hebben we dan ook met beide handen aangenomen'', aldus Leen van Rijswijk, voorzitter van de WHOE. ,,Het was heerlijk en erg gezellig, en ontzettend leuk dat ons werk zo gewaardeerd wordt.''

 

 

GROOTSTE HULPTRANSPORT IN 20 JAAR!!

 

De Stichting W.H.O.E. (Werkgroep Hulptransporten Oost-Europa) zal zaterdag a.s. 14 september 2013 het grootste hulptransport in haar 21-jarig bestaan verzorgen, nl. 4 vrachtwagens tegelijk!

 

Twee combinatie-vrachtwagens van elk 120 m3 en twee trucks-oplegger van elk 100 m3 zullen vanaf de loods aan de Asselsestraat/hoek Beatrixlaan worden geladen door 60 vrijwilligers.

 

De twee truck-opleggers zullen worden gestuurd naar het Rode Kruis in Ternopil in Oekraine, een nieuwe regio van de stichting.

 

Daar zullen de goederen worden verdeeld over vele instellingen en zeer arme particulieren.

 

De twee combinatie-vrachtwagens gaan ook naar Oekraine, maar naar regio's die al eerder goederen van de W.H.O.E. hebben gehad.

In totaal wordt er zaterdag voor 40 ton aan hulpgoederen met de hand geladen. O.a. 200 afwasbare matrassen, 2000 dozen/zakken met kleding / schoenen / gordijnen / speelgoed / knuffels / huisraad, 100 schoolsetjes, rollators, rolstoelen, kantoor tafels,150 stoelen, 75 gymtoestellen, 100 ballen, en nog veel en veel meer.

 

Deze 4 vrachtwagens kunnen worden betaald dankzij de opbrengst van de verhuurde plekken tijdens de kofferbakverkopen, afgelopen zomer langs het Apeldoorn Kanaal.

 

Mocht u het leuk vinden om te kijken naar deze grootse operatie van de stichting, dan bent u van harte welkom vanaf 9.30 uur!  

 

 

(Stentor 28 oktober 2006)

 

stentorvoorp

 




(Stentor 16 oktober 2006)

Op weg met jubileum-transport


(van een onzer verslaggevers)

 

16 OKTOBER 2006 - APELDOORN - Duizend of misschien wel 1500 teddyberen en knuffels. Wie kan het zich voorstellen, zo’n berg. Een ding is zeker. Apeldoorner Ben van der Velden (50) weet nu al dat hij ze in een mum van tijd kwijt raakt.

 

http://www.destentor.nl/multimedia/archive/00339/Obsolete_339605h.jpg

De Werkgroep Hulptransporten Oost-Europa pakte
zaterdag in voor een hulptransport naar de Oekraï­ne.
De werkgroep voert al vijftien jaar hulptransporten uit.
FotoMAARTEN SPRANGH


Deze week is hij met zijn werkgroep voor het vijftiende jaar en met het twintigste transport met ziekenhuisbedden, stoelen en tafels voor scholen, scootmobielen, 1200 bananendozen gevuld met kleding en speelgoed, en dus ook knuffelbeesten onderweg naar het zuidwesten van de Oekraïne.

Van der Velden is een van de initiatiefnemers van de Werkgroep Hulptransporten Oost Europa. En vanwege het jubileum- achtige karakter is nu de voltallige werkgroep bestaande uit tien man meegegaan op de tocht naar het oosten. Plus veteraan Dick Pot, man van het allerallereerste uur. De werkgroep hield uit de organisatie van de kofferbakverkoop langs het Apeldoorns kanaal voldoende over om de reis voor de hele ploeg te bekostigen.

De werkgroep begon in 1991 toen enkele chauffeurs van het toenmalige vervoersbedrijf Midnet en mensen uit het christelijk jeugdwerk in Zuid ‘iets voor Poolse kinderen’ wilden doen.

Hoewel inmiddels verschillende plaatselijke hulpwerkgroepen voor landen in oostelijk Europa zijn gestopt, is die hulp achter het voormalige IJzeren Gordijn nog heel hard nodig, constateert Van der Velden. ‘Ze willen wel graag bij West-Europa horen, maar in tehuizen en bij Rode-Kruisinstellingen heerst nog een enorme armoede. We worden er telkens weer met open armen ontvangen.’

En de Oekraïne - Van der Velden is hier vaker geweest - is pure armoede. Niet te filmen. Ze rijden er nog met ossenwagens. En de akkers van de voormalige graanschuur van de oude Sovjet-Unie liggen er kaal en ongebruikt bij.’ De ‘weldoeners’ uit het westen worden zeker niet meewarig en hoofdschuddend ontvangen. ‘Nee hoor. Kinderen bijten er op een houtje, en de mensen zien er heel somber uit. Maar ze zijn zo blij met wat we brengen! Daar doen we het ook voor. Voor die lachies van die kinderen, en de traan van die vrouw in een rolstoel. Daar word je zelf ook emotioneel van.’

Spelmiddag
Een feestje in Apeldoorn ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan vindt Van der Velden niet zo gepast. ‘Dat doen we vrijdagmiddag in Borshiv. Een spelmiddag met 150 zeer arme kinderen. Nederlandse spelletjes en pannenkoeken. En op het eind een berg knuffels. Mogen ze er allemaal wat uitzoeken. Dat kan ik garanderen. Die zijn zo weg.’

Gisteren is het transport in oostelijke richting vertrokken. Na een verblijf van vier dagen keert de werkgroep weer terug. Onze meereizende verslaggever Femke Sterken brengt woensdag tot met en zaterdag verhalen over de wederwaardigheden van de werkgroep.


(Stentor 18 oktober 2006)

Hulptransport (1)

 

18 OKTOBER 2006 - APELDOORN/BORSHIV - De Werkgroep Hulptransporten Oost-Europa (WHOE) brengt deze week goederen van Apeldoorn naar ziekenhuizen en scholen in de Oekraïne. Onze verslaggeefster FEMKE STERKEN reist mee. Vandaag bericht uit Borshiv.


Na een rit van 1780 kilometer kwam het transport maandagavond aan in het plaatjse Borshiv in de Oekraïne.

Aan de grens van Pools met de Oekraïne leek het even finaal mis te gaan. ‘Hoge’ Oekraïnse douanebeambten namen geen genoegen met de autopapieren en stuurden de weldoeners terug.

Bij een andere grensovergang (en met een provisorisch in elkaar genknutseld document) lukte het na zes uur uiteindelijk wel de grens over te komen.

Dinsdagochtend stond eerst een bezoek aan het regionale ziekenhuis in Borshiv op het programma. Werkgroepleden die al vaker in oosbloklanden waren geweest, wisten wat ze konden verwachten. Herman van Oort (medewerker van het Juliana-ziekenhuis): ‘Het is bij ons in het mortuarium stelierer dan hier op de OK.’ Het viel inderdaad erg op hoe vuil de vloer, hoe dun de bedden en hoe versleten alles was.

De huizen van de allerarmsten, die de mensen van de WHOE dinsdagmiddag bezochten, waren onbeschrijvelijk. Sommigen leken meer op een stal dan op een gewone woning. Het stonk er, het was er smerig en de mensen waren gekleed in lompen. In een hoek van een van de huizen stond een emmer met een substantie die zowel voor uitwerpselen als eten door kon gaan.


(Stentor 19 oktober 2006)

Hulptransport (2)

 

19 OKTOBER 2006 - De Werkgroep Hulptransporten Oost-Europa (WHOE) brengt deze week goederen van Apeldoorn naar ziekenhuizen en scholen in Oekraïne. Onze verslaggeefster FEMKE STERKEN reist mee. Vandaag bericht uit Borshiv.

De vrachtwagens met 180 kuub aan hulpgoederen zijn gisteren aangekomen in Borshiv. Samen met ziekenhuismedewerkers en een tiental jongens van de technische school hebben de WHOE-leden de spullen uitgeladen en in loodsen van het Rode Kruis gestald. Het lossen ging in grote harmonie. Over en weer werden grapjes gemaakt en de taalbarrière leek weg te vallen.

Onder het uitladen vielen de ogen van Rode Kruis-medewerkster Elena (58) op een bontjas die te voorschijn kwam uit één van de vrachtwagens. WHOE-lid Ine Brouwer stond erop dat de vrouw de jas zou houden. Vol schroom accepteerde Elena het geschenk uiteindelijk.

Het bezoek aan de brandweer gistermiddag gaf reden tot grote vreugde. De blijheid straalde van de gezichten van de brandweercommandant en zijn mannen toen ze de dozen openden die de WHOE had meegesmokkeld uit de loodsen. Laarzen, pakken en helmen kwamen tevoorschijn. Allemaal bekostigd door de Apeldoornse kofferbakverkoop. Extra dankbaar was de brandweer voor de pneumatische schaar om mensen mee uit auto te knippen. ‘Niemand in deze regio heeft zulk materiaal’, riep de brandweercommandant uit.


(21 oktober 2006, Stentor)

stentor 21-10-06

(14 augustus 2006, website gemeente Apeldoorn)

Overgebleven speelgoed kleedjesmarkt naar Oost-Europa

Veel kinderen zullen zich afvragen waar ze met het overgebleven speelgoed heen moeten als de kleedjesmarkt is afgelopen. Weer mee naar huis nemen of is er een andere goede bestemming? Die is er zeker! Kinderen die hun speelgoed na afloop van de kinderkleedjesmarkt op 15 augustus niet mee naar huis willen nemen kunnen dit afgeven bij medewerkers van de Werkgroep Hulptransporten Oost-Europa (WHOE). Vrijwilligers nemen het in goede staat verkerende speelgoed graag in ontvangst.

 

http://www.apeldoorn.nl/data/internet/nieuws_en_media/laatste_nieuws/weekend_totaal/3306/speelballen.jpg
De dankbaarheid van de kinderen is erg groot als weer
een partij speelgoed is afgeleverd.

 

Dit jaar is het de tiende keer dat WHOE het overgebleven speelgoed in ontvangst neemt. “In 1997 hielden we een aanhanger met speelgoed over voor kinderen in Roemenië”, zo vertelt Ben van der Velden. “In de loop der jaren is dat gegroeid tot zo’n 20 kuub, vergelijkbaar met de laadruimte van een grote bestelbus. Vanaf het begin, nu dus tien jaar geleden, hebben we meer dan 100 kuub aan speelgoed opgehaald.

Samen met vele andere goederen gaan twee grote vrachtwagens per jaar naar Oost-Europa om daar de kinderen en volwassenen te verrassen. Je moet de reactie van de kinderen eens zien als we het speelgoed overhandigen. Ze gaan helemaal uit hun dak. Prachtig!” Overigens worden de kinderen niet alleen blijgemaakt met speelgoed maar ook met knuffels en kleding. 

Financiën
Per hulptransport is zo’n € 5.500 nodig. Deze kosten zitten bijvoorbeeld in de huur van de transportmiddelen, brandstof en grensdocumenten. De werkgroep was hoofdzakelijk financieel afhankelijk van giften.

Tegenwoordig houdt de werkgroep eigen verkoopacties, waarvan de winst ten goede komt aan de kas. Ook zijn er sinds drie jaar iedere zaterdag in juli en augustus de kofferbakverkopen langs het Apeldoorns Kanaal. Ook deze opbrengsten worden benut voor de hulptransporten.

Na elk transport maken de vrijwilligers een verslag van de reis dat wordt verstuurd naar de mensen die een gift hebben gegeven of goederen hebben afgestaan. Ook wordt daar een financieel verslag aan toegevoegd om te laten zien waar het geld aan besteed is.


In oktober vertrekt het twintigste transport naar de Oekraïne. “En nu maar hopen dat het allemaal vlotjes verloopt”, zo spreekt Van der Velden de wens uit. “Voor de zekerheid leggen we een paar grote kermisknuffels in de cabine bij de chauffeur. Vaak laten de douanebeambten aan de grens in Oost-Europa je gerust 24 uur wachten omdat een paar papieren zogenaamd niet in orde zijn.

Door de beambten dan een knuffel te geven voor hun kinderen kunnen we hen ‘omkopen’. Het klinkt misschien vreemd maar het is in die landen de normaalste zaak van de wereld om zo iets gedaan te krijgen.”


Overigens gaat niet alles mee op transport. Van der Velden: “Voordat de spullen in grote dozen worden verpakt sorteren vrijwilligers de spullen voor de verschillende doelgroepen; baby’s, kinderen en volwassenen. Verder gaat speelgoed dat werkt op batterijen niet mee omdat batterijen in Oost-Europa vaak onbetaalbaar zijn.

Ook Nederlandse leesboekjes gaan niet mee op transport. Maar gelukkig gaat er ook heel veel wel mee. Ik schat dat zo’n 95 procent van al het speelgoed, kleding en andere spullen meegaat. Behalve naar kinderen gaan de goederen ook naar bejaardentehuizen, ziekenhuizen en het Rode Kruis.”

Naar Roemenïe gaan de hulptransporten de laatste paar jaar niet meer. “Dat land wil graag bij de Europese Unie horen en dan passen hulptransporten daar niet bij.”

Wat heeft de WHOE al gedaan?

WHOE heeft in haar bestaan al 19 transporten uitgevoerd. De transporten vanaf 2000 gingen met name naar Roemenië en Oekraïne.


In oktober 2000 werden 4 tehuizen in het midden en oosten van Hongarije voorzien van hulpgoederen. Door nieuwe wetgeving in Roemenie was het tijdelijk niet mogelijk Roemenië in te komen.


In april 2001 ging het hulptransport wel weer naar Roemenië, naar dezelfde tehuizen als in 1999, aangevuld met een kinder- en een ziekenhuis.


In oktober 2001 is er een extra hulptransport gereden naar Kiev in de Oekraïne, dit op uitdrukkelijk verzoek van de stichting Caritas uit deze plaats.


In april 2002 ging een tweede transport met 100 m3 goederen naar Kiev in de Oekraïne. Met dit transport reden drie medewerkers van de stichting in een eigen auto mee, om ter plekke te kijken of alles goed terecht was gekomen en om te kijken wat er met het transport van een paar maanden eerder was gebeurd.


In oktober 2002 is de werkgroep met vier wagens naar Roemenië gereden waar een complete inboedel naar een nieuw op te zetten school is gebracht. Er waren zoveel goederen verzameld dat er even een tekort ontstond aan vrachtruimte. Dankzij de hulp van geldschieters heeft de stichting op het laatste moment nog een vrachtwagen kunnen regelen.


In maart 2003 was Kiev het doel van het hulptransport. Ook hierbij zijn weer twee werkgroepleden op eigen gelegenheid naar Kiev gegaan om daar alles in goede banen te leiden. Helaas waren de grenspapieren door de nieuwe organisatie niet goed aangevraagd en heeft het transport vier dagen bij de grens moeten wachten. Toch is alles op de goede plaats terechtgekomen en hebben heel veel mensen kunnen profiteren van dit transport.


In het najaar van 2003 was de Oekraïne weer het doel van de reis, alleen nu niet Kiev, maar Chortkiv in zuid-west Oekraïne.


In het voorjaar van 2004 was het voor de stichting erg moeilijk om Roemenië in te komen. Toen werd besloten om een hulptransport, op verzoek van de stichting Maris, naar Hongarije te brengen.


In het najaar van 2004 is er een noodhulptransport gebracht naar Scala Podilska in zuid-west Oekraïne. Het transport is afgegeven bij een meisjes - / vrouwentehuis.

Omdat de stichting de opslagruime in Apeldoorn per 1 april moest verlaten heeft ze eind maart 2005 de goederen in een spoedtransport naar het oosten van Hongarije gebracht.


Het twintigste transport staat gepland voor oktober richting de Oekraïne.


De Werkgroep Hulptransporten Oost-Europa (WHOE) is een groep van 12 vrijwilligers die zich het lot van vooral de kinderen in Oost-Europa aantrekt. Eén van de belangrijkste doelen van de werkgroep is dat zij de goederen zélf naar de betreffende kinderen, scholen of dorpen brengt. Zo weet de werkgroep dat de goederen die hun door verschillende mensen in goed vertrouwen zijn aangeboden, op de juiste plaats terecht komen.